Lintopdrachten overslaan
Verdergaan naar hoofdinhoud
Omhoog
Aanmelden
  • De Ommezwaai
    Doorwerthlaan 2
    6825 EX Arnhem
    T 026 - 365 31 00
     
    Wij bieden speciaal onderwijs aan kinderen die extra ondersteuning nodig hebben vanwege hun gedrag. We zien hun mogelijkheden en gaan onvoorwaardelijk voor hun ontwikkeling.

VERGROOT DE EMPATHIE VAN DE LEERLING, DAT IS GOED VOOR ONS ALLEMAAL.

  • In november 2017 werd ik geraakt door een artikel van Marilse Eerkens in de Correspondent over opvoeding. Vooral door de volgende zin: “En nu komt het opvoeddeel: Bruce Perry, maar ook primatoloog Frans de Waal, antropoloog Sarah Hrdy en docent Mary Gordon, stellen dat dit empathisch vermogen weliswaar is aangeboren maar dat het wél gevoed en ontwikkeld moet worden. Met andere woorden: het empathische gehalte van een maatschappij wordt in belangrijke mate bepaald door de opvoeders.”

Aangezien ik al meer dan 25 jaar bezig ben met opvoeden in het onderwijs en dan ook nog opvoeding aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften, heb ik mij wat meer ingelezen in het intrigerende begrip empathie. Wat is dit, waarom is dit zo belangrijk en wat kan ik (of wij) daarmee in het onderwijs. En ik/wij specifiek op mijn school De Ommezwaai! In deze column (ook als blog verschenen op alfredsspecials.wordpress.com) ga ik daar wat dieper op in.

Op onze school willen we onze leerlingen leren aardige, vaardige en waardige burgers te worden. Uiteraard nog jonge burgers, want we zijn een basisschool. Maar bij ons kunnen we het zaadje planten. Deze maatschappelijke opdracht die we onszelf opleggen is eenvoudiger opgeschreven dan uitgevoerd, je mag het een flinke zoektocht noemen. Niet alleen worden we hierin beperkt door het ‘traditioneel’ onderwijssysteem met de jaarklassen, toetsen, onderwijstijden, etc, ook is het niet eenvoudig aardig en waardig om te zetten in onderwijsgedrag.

Even voor de lezers die niet zo bekend zijn met mijn school en de doelgroep: onze leerlingen zijn kinderen met ernstige gedragsproblemen en/of psychiatrische stoor-nissen met een normaal cognitief vermogen. Deze leerlingenstromen dan ook uit naar het diplomagericht onderwijs, VO of VSO. Niet naar VMBO-T/Havo, wat gebruikelijk is voor het regulier basisonderwijs, nee zo’ n 75% gaat naar het BB of KB. De oorzaak voor deze ogenschijnlijke discrepantie is te herleiden vanuit het gedrag. Gedrag voortkomend vanuit de stoornis en/of omgevingsfactoren.

Peer v.d. Helm, lector Residentiële Jeugdzorg, bij onze school betrokken bij onderzoek naar het leef- en leerklimaat, omschrijft het als volgt: “In het speciaal onderwijs zitten kinderen die bijna allemaal een disharmonisch ontwikkelingsprofiel hebben omdat ze door negatieve levenservaringen vaak niet vervuld werden in hun basisbehoeften (verbondenheid, competentie en autonomie). Daardoor ontbreekt het vaak aan sociale, emotionele ontwikkeling en persoonsontwikkeling. Als gevolg daarvan kunnen kinderen in sociale probleemsituaties niet voor zichzelf opkomen of zijn juist agressief. Daardoor is er regelmatig sprake van antisociaal gedrag in de klas.” Je kunt je dus voorstellen dat de effectieve leertijd van een leerling hierdoor wordt verminderd, of hij/zij vertoont zelf dit gedrag, zit dan in de vechtmodus, of wordt blootgesteld aan het antisociaal gedrag van medeleerlingen en heeft dan een vlucht- of zelfs bevriesreactie. Beide reacties zorgen er voor dat er geen hersencapaciteit over is om ontvankelijk te zijn voor onderwijs. En was dit gedrag in de oertijd noodzakelijk om te overleven en kan zelfs in extreme situaties nu ook nog nodig zijn, niet in een leersituatie in de klas en/of school.

Toch zien we dit wel regelmatig terug. Vaak is dit te herleiden tot het ervaren van stress, of door het herleven van sociale pijn uit bovengenoemde negatieve levenservaringen, en/of door hedendaagse stresservaringen voortkomend uit omgevingsfactoren. Eerstgenoemde zijn vaak al opgedaan in de jonge kindertijd, denk aan onveilige hechting, (sexueel) misbruik, etc. Daarnaast spelen factoren als verwaarlozing (in welke vorm dan ook), financiële problemen thuis, alcoholproblematiek, e.d. steeds meer een rol in de stress die kinderen meenemen naar school. En helaas is er een wisselwerking tussen het verleden en de hedendaagse ‘pijn’. Peer v.d. Helm gebruikt de term ‘sociale nadeel-situaties’ waarin deze jongeren verkeren en ondanks dat de term niet gangbaar is geeft deze wel heel treffend aan waar we het over hebben. En dit nadeel speelt een belangrijke rol in de (verminderde) leeropbrengsten van onze leerlingen.

Uit vele onderzoeken blijkt dat het blootstaan aan langdurige stress de hersenontwikkeling tot stilstand brengt of zelfs afbreekt. Het gaat dan met name om de executieve functies en die zijn nu juist nodig voor het leren. V.d. Helm e.a. benadrukken regelmatig dat veel van onze leerlingen een hersenbeschadiging hebben en dat “wanneer trauma’s door je hoofd spoken als gevolg van negatieve levenservaringen er even geen ruimte kan zijn voor een rekenles”. Gelukkig blijkt ook uit onderzoek dat dit geen onomkeerbaar proces is, de hersenen blijven nog een flink aantal jaren doorgroeien. Maar dan moet het kind wel in een veilige omgeving kunnen opgroeien, waar het niet blootstaat aan ‘sociale pijnervaringen’. Op school hebben we daar invloed op, dus daar kunnen we iets betekenen.

Onlangs was ik in Londen op een school voor Voortgezet Speciaal Onderwijs voor kinderen met meervoudige beperkingen en daar werd aan het eind van de dag in de aula gezongen door de leerlingen, het personeel en de ouders die hen op kwamen halen. Dat was een mooi moment, een moment van kippenvel bij mij. Niet omdat ze zo mooi zongen, maar omdat er een gezamenlijk liefdevol moment ontstond. Iedereen ging met een warm gevoel en een gevoel van verbondenheid naar huis. Een gezamenlijk ‘knuffelmoment’ zou Erik Scherder dit noemen, want samen zingen maakt het hormoon oxytocine vrij, een hormoon wat zorgt voor fijne, liefdevolle gevoelens.

Verbondenheid, in contact zijn met, zijn belangrijke basisbehoeften voor mensen, ook voor kinderen. Door de verbinding met elkaar te zoeken ontstaat er ook de mogelijkheid gevoelens met elkaar te delen, waardoor er meer begrip ontstaat voor elkaar. En dan zijn we nog maar een klein stapje verwijderd van het meevoelen of zelfs invoelen. Dit invoelingsvermogen, oftewel empathie, kan wel eens een belang-rijke factor zijn in het herstelproces van kinderen met negatieve levenservaringen.

In zijn boek ‘Born for Love’ beschrijft de Amerikaanse kinderpsychiater Bruce Perry, verschillende zware gevallen van kinderen met een trauma. Trauma’s die gaan van misbruik tot totale verwaarlozing. Het ontwikkelen van empathie is niet alleen de sleutel tot herstel, het is volgens Perry zelfs de belangrijkste factor voor een ‘gezonde’ maatschappij. Hij stelt dat: “Empathy underlies virtually everything that makes society work – like trust, altruism, collaboration, love, charity. Failure to empathize is a key part of most social problems – crime, violence, war racism, child abuse and inequity, to name just a few.” Na een aantal zeer indringende voorbeelden van sociale nadeelsituaties (alhoewel deze term nog te vriendelijk klinkt), komt Perry met een aantal suggesties die wij in mee kunnen nemen als uitgangspunten voor ons onderwijs.

Allereerst moeten er (meer) mogelijkheden gecreëerd worden waarin kinderen van verschillende leeftijden met elkaar in contact komen. Die kan tijdens het samenspelen, samen eten, samen leren georganiseerd worden. Dit samen dingen doen is volgens Perry “at the heart of developing empathy”.

Ten tweede is een veilig schoolklimaat noodzakelijk om tot (cognitief) leren en positieve sociaal-emotionele ontwikkeling te komen. Onnodig om te noemen dat pesten op school op allerlei manieren voorkomen moet worden (hoe moeilijk dat tegenwoordig ook is met de sociale media).

Daarnaast geeft Perry het advies de school in verbinding te brengen met de maatschappij in al haar verschijningsvormen, omdat dit zorgt voor een rijke leeromgeving. In de meest ruime zin van het woord. Een mooi voorbeeld hiervan is het programma ‘Roots of Empathy’ van de Canadese oprichtster Mary Gordon. In dit programma worden jonge baby’s samen met de moeder en een instructeur in contact gebracht met een klas leerlingen. Het gaat hierbij om door middel van de interactie tussen de baby en de leerlingen te komen tot een zogenaamde emotionele geletterdheid. De gevoelens die er over en weer ontstaan worden geduid en hierdoor zijn de leerlingen meer in staat de eigen gevoelens te begrijpen. Deze contacten worden om de drie weken weer opgepakt. Uit onderzoek blijkt dat deze werkwijze de empathie vergroot en het pestgedrag en agressie verminderd. Omdat er inmiddels meerdere landen zijn die Roots of Empathy hebben ingevoerd, wordt er ook nagedacht om het naar Nederland te halen.

Wat betekent dit voor ons (W)onderwijs, met ons aardig en waardig? We besteden al veel aandacht aan het creëren van een veilig leerklimaat en laten ons hierin begeleiden door Peer v.d Helm en zijn collega’s. Maar we kunnen het ‘leren’ nog ruimer opvatten, of zelfs een pas op de plaats maken als een leerling niet tot leren in staat is door zijn/haar ‘stresslevel’. Want als het emmertje vol zit, kan er niets meer bij. Ook niet als we bij blijven gieten. De stress kan daarentegen wel groter worden en de daarbij behorende gedragsproblemen ook. Dan toch maar een groep acht leerling met de kleuters naar Moffel en Piertje laten kijken. Want daar heeft hij/zij op dat moment behoefte aan.

We hebben ook al een aantal gezamenlijke momenten waarin we met de leerlingen sociale vaardigheden oefenen. De gezamenlijke lunch is daar een mooi voorbeeld van. We doen dit nu twee keer per week, omdat een dergelijke activiteit lestijd vraagt. Maar misschien moeten we daar nog meer in investeren, wat dan tevens nog minder lestijd voor een ander vak betekent. Maar wat is belangrijker voor onze leerlingen: dat ze later in staat zijn zich staande te kunnen houden in de maatschappij, omdat we sociale omgangsvormen​ voldoende geoefend hebben. Of dat ze redelijk mee kunnen komen in de instrumentele vakken als rekenen en taal. Hier zullen/moeten we met de collega’s goed over in gesprek gaan, want we worden nog wel degelijk geleefd door de traditionele vakken en roosters.

We kunnen ook nog meer op zoek gaan naar uitwisselmomenten tussen oudere en jongere leerlingen. En het schijnt dat voorlezen een heel goed instrument is om empathie te vergroten. Voor beide partijen. Dus daar is ook winst te halen.

En het zou heel mooi zijn als Roots of Empathy ook naar Nederland komt. Ik geloof wel in de helende werking van baby’s in ons onderwijs. Vooral voor onze kinderen. De eerste contacten met Sarina Hoogendam zijn al gelegd, dus wie weet.

Nog veel opvoedwerk te doen voor ons, gelukkig is dat ook onze passie. Maar er is wel een richting die we op kunnen: naar aardig, vaardig en waardig onderwijs! Niet alleen goed voor de leerling, noodzakelijk voor een menselijke en vreedzame maatschappij.​

Column

:

Help (nieuw venster)